Evolutie is de rode draad in de biologie en een kernonderdeel van Domein C2. In klas 4 VWO gaan we verder dan alleen de basis van natuurlijke selectie; we kijken naar de genetische mechanismen, adaptatie en de bewijslast uit de paleontologie en vergelijkende anatomie. Leerlingen onderzoeken hoe variatie binnen een populatie leidt tot overleving van de best aangepasten in een specifieke omgeving.
SLO Kerndoelen en EindtermenDomein C: Leven en heelalSubdomein C2: Evolutie van het leven
Leerlingen gebruiken verschillende gereedschappen (pincet, tang, lepel) als snavels om 'voedsel' te verzamelen; ze houden bij welke 'vogel' overleeft en hoe de populatie over generaties verandert.
Groepen krijgen afbeeldingen van fossiele overgangsvormen en moeten deze in de juiste chronologische volgorde leggen op basis van anatomische kenmerken.
Leerlingen krijgen een specifiek dierkenmerk en moeten in paren beredeneren of dit een resultaat is van natuurlijke selectie of genetische drift, waarna ze hun conclusie pitchen.
Individuen passen zich aan hun omgeving aan tijdens hun leven.
Evolutie vindt plaats op populatieniveau over vele generaties; door simulaties zien leerlingen dat individuen niet veranderen, maar dat de verhoudingen binnen de groep verschuiven.
Evolutie heeft een doel of streeft naar perfectie.
Evolutie is een blind proces van selectie op wat 'goed genoeg' is voor de huidige omstandigheden; actieve discussie over 'onlogische' anatomie (zoals de nervus laryngeus recurrens) helpt dit te verduidelijken.