Activiteit 01
Stationrotatie: Broeikaseffect Modellen
Richt vier stations in: 1) natuurlijk effect met lamp en glazen bakken, 2) CO2-versterking met droogijs, 3) ijsboor-simulatie met stratigrafie-kaarten, 4) zeespiegelvoorspelling met topografische kaarten. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren observaties in een logboek. Sluit af met een klassikale vergelijking.
Differentiateer tussen het natuurlijke en het versterkte broeikaseffect en de menselijke bijdrage aan dit laatste.
FacilitatietipLaat leerlingen tijdens de stationrotatie eerst individueel hun hypothese opschrijven voordat ze het model testen, zodat ze hun eigen ideeën expliciet maken en vergelijken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de vraag: 'Noem twee belangrijke broeikasgassen en leg uit hoe menselijke activiteiten hun concentratie verhogen.' Vraag hen ook één mogelijke consequentie van het versterkte broeikaseffect te benoemen.