Activiteit 01
Stationrotatie: Landschappen Vergelijken
Richt vier stations in: Sahara (zandbak met hittebron), regenwoud (vochtige plantenbak), savanne (grasmodel met dierenkaarten) en Nijlvallei (irrigatiemodel). Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren verschillen in klimaat en leven. Sluit af met een klassenvergelijking.
Vergelijk de landschappen en klimaten van de Sahara met die van de tropische regenwouden in Centraal-Afrika.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie: Zorg dat elk station een fysiek model (bijvoorbeeld zand voor de Sahara, groene planten voor het regenwoud) en een kaart heeft om het contrast direct zichtbaar te maken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart van Afrika. Vraag hen om twee verschillende klimaatzones (bijvoorbeeld Sahara en regenwoud) aan te wijzen en voor elke zone één kenmerkend landschap en één gevolg van het klimaat voor de mens te noteren.