Activiteit 01
Circuitmodel: Klimaatzones Onderzoeken
Richt vier stations in: tropisch (modellen regenwoud), woestijn (zandbak met cactussen), polair (ijsblokken met mossen), gematigd (bladeren sorteren). Groepen draaien elke 10 minuten, noteren temperatuur, neerslag en vegetatie. Sluit af met plenair delen.
Vergelijk de kenmerken van verschillende klimaatzones (bijv. tropisch, woestijn, polair).
FacilitatietipGeef leerlingen bij het station over woestijnen een kaart met temperatuur- en neerslaggegevens van zowel warme als koude woestijnen, zodat ze direct zien dat woestijnen niet alleen uit zand bestaan.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart van een fictief eiland met informatie over de gemiddelde jaarlijkse temperatuur en neerslag. Vraag hen om de meest waarschijnlijke klimaatzone te identificeren en twee typische plantensoorten te benoemen die daar zouden kunnen groeien, met een korte uitleg waarom.