Activiteit 01
Paarwerk: Berekeningskaarten
Deel kaarten uit met twee variabelen en een ontbrekende waarde, zoals snelheid en tijd voor afstand. Leerlingen berekenen de derde variabele en leggen hun redenering uit aan hun partner. Wissel na drie kaarten van rol voor controle.
Hoe bereken je de afstand die je aflegt als je de snelheid en de tijd weet?
FacilitatietipGeef bij Paarwerk: Berekeningskaarten elke paar een set kaarten met verschillende opgaven, maar zorg dat ze eerst samen de formule opschrijven voordat ze gaan rekenen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een werkblad met drie opgaven: 1. Bereken de afstand: Een auto rijdt 2 uur met 80 km/u. Wat is de afstand? 2. Bereken de tijd: Een trein legt 200 km af met een gemiddelde snelheid van 100 km/u. Hoe lang duurt de reis? 3. Bereken de snelheid: Een fietser fietst 15 km in 30 minuten. Wat is de gemiddelde snelheid in km/u?