Activiteit 01
Stationrotatie: Temperatuurmetingen
Richt vier stations in: station 1 met ijs en thermometer voor -5°C, station 2 met lauwwater voor 10°C, station 3 voor verschil berekenen, station 4 voor omrekenen naar Fahrenheit. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren waarnemingen. Sluit af met klassenbespreking.
Hoe bereken je het temperatuurverschil tussen -5°C en 10°C?
FacilitatietipLaat leerlingen tijdens de stationrotatie steeds eerst zelf metingen doen voordat ze de berekeningen maken, zodat ze de link tussen praktijk en theorie ervaren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met twee temperaturen, bijvoorbeeld -10°C en 25°C. Vraag hen het temperatuurverschil te berekenen en het antwoord op te schrijven. Voeg een tweede vraag toe: 'Wat is de temperatuur in Fahrenheit als het 10°C is?'