Activiteit 01
Stationrotatie: Temperatuur en Reactiesnelheid
Richt vier stations in: reactie bij 20°C, 40°C, 60°C en 80°C met magnesium en zoutzuur. Leerlingen meten de tijd voor volledige oplossing en gasvolume. Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren data in een tabel.
Verklaar waarom een hogere temperatuur de reactiesnelheid verhoogt.
FacilitatietipTijdens Stationrotatie: Temperatuur en Reactiesnelheid, loop rond en stel gerichte vragen zoals: 'Hoe verklaar je de meetresultaten met het botsende deeltjesmodel?'
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een scenario: 'Een bakker wil dat zijn deeg sneller rijst.' Vraag hen om twee factoren te noemen die de reactiesnelheid kunnen verhogen en leg uit hoe het botsende deeltjesmodel deze effecten verklaart.