Activiteit 01
Stationrotatie: Humorstations
Richt vier stations in: 1. Analyseer voorbeeldgrappen en noteer technieken. 2. Bedenk een woordspeling met homofonen. 3. Test grappen op klasgenoten. 4. Schrijf een korte humoristische tekst. Groepen rouleren elke 10 minuten en delen resultaten.
Hoe draagt een woordspeling bij aan de humor in een tekst of grap?
FacilitatietipMaak bij de humorparade een lijst met criteria waar de grappen aan moeten voldoen, zoals duidelijkheid en timing, zodat leerlingen weten waar ze op moeten letten.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met een korte grap. Vraag hen om de gebruikte woordspeling te onderstrepen en in één zin uit te leggen welke dubbele betekenis er wordt gebruikt.