Activiteit 01
Paarwerk: Vragenparcours
Deelleerlingen in paren in. De ene stelt een open vraag over een dagelijks onderwerp, de ander antwoordt uitgebreid. Wissel rollen en voeg doorvragen toe. Reflecteer na afloop op het gesprekseffect.
Differentiëer tussen een open vraag en een gesloten vraag en hun effect op een gesprek.
FacilitatietipGeef tijdens het vragenparcours duidelijke voorbeelden van open en gesloten vragen per station, zodat leerlingen direct een referentiekader hebben.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een korte tekst over een onderwerp (bijvoorbeeld een dier). Vraag hen om twee open vragen, twee gesloten vragen en twee verdiepende vragen te formuleren die ze aan iemand over dit onderwerp zouden stellen. Beoordeel op correcte formulering en relevantie.
BegrijpenToepassenAnalyserenEvaluerenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 02
Klein Groep: Interviewketen
Vorm kleine groepen. Eén leerling interviewt de volgende over een thema, die doorvraagt bij de derde, enzovoort. Sluit af met groepsfeedback over vraagkeuzes en diepgang.
Analyseer hoe doorvragen helpt om dieper in te gaan op een onderwerp.
FacilitatietipZorg ervoor dat elke leerling in de interviewketen de rol van interviewer én geïnterviewde heeft gehad, zodat ze beide perspectieven ervaren.
Waar je op moet lettenLaat leerlingen in tweetallen een kort interview houden over hun favoriete hobby. Na afloop geven ze elkaar feedback: 'Welke vraag vond je het meest interessant om te beantwoorden en waarom?' en 'Welke vraag zou je nog vaker willen horen om meer te weten te komen?'
BegrijpenToepassenAnalyserenEvaluerenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 03
Hele Klas: Vragenquiz
Verdeel de klas in teams. Stel stellingen voor en laat teams open of gesloten vragen bedenken. Stem op beste vragen en bespreek effect op antwoorden.
Verklaar waarom het stellen van de juiste vragen essentieel is voor het verzamelen van informatie.
FacilitatietipLaat leerlingen in de vragenquiz eerst individueel de antwoorden bedenken voordat ze in groepjes tot een gezamenlijke keuze komen, om iedereen te betrekken.
Waar je op moet lettenStel een reeks vragen aan de klas, bijvoorbeeld: 'Wat is je lievelingskleur?' (gesloten), 'Vertel eens over je weekend' (open), 'Je zei dat je naar de film ging, welke film was dat precies?' (verdiepend). Vraag leerlingen om na elke vraag aan te geven welk type vraag het was en waarom.
BegrijpenToepassenAnalyserenEvaluerenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 04
Individueel: Vragenjournaal
Leerlingen schrijven vijf open en vijf gesloten vragen over een nieuwsitem. Oefen doorvragen door een vervolgvraag te noteren. Deel selectie in kringgesprek.
Differentiëer tussen een open vraag en een gesloten vraag en hun effect op een gesprek.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een korte tekst over een onderwerp (bijvoorbeeld een dier). Vraag hen om twee open vragen, twee gesloten vragen en twee verdiepende vragen te formuleren die ze aan iemand over dit onderwerp zouden stellen. Beoordeel op correcte formulering en relevantie.
BegrijpenToepassenAnalyserenEvaluerenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren→Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen
Begin met concrete voorbeelden uit de belevingswereld van de leerlingen, zoals vragen over hun favoriete sport of hobby. Vermijd abstracte uitleg over vraagtypes zonder context. Gebruik rollenspellen om het verschil tussen open en gesloten vragen tastbaar te maken. Herhaal en herformuleer vragen als leerlingen vastlopen, zodat ze het verschil zelf ontdekken.
Succesvolle leerlingen kunnen na deze activiteiten zelfstandig open vragen formuleren die verhalen uitlokken, gesloten vragen herkennen voor bevestiging, en verdiepende vragen bedenken om meer details te achterhalen. Ze passen dit toe in gesprekken en reflecteren op het effect van hun vragen.
Pas op voor deze misvattingen
Tijdens het vragenparcours denken leerlingen dat alle vragen hetzelfde effect hebben in een gesprek.
Tijdens het vragenparcours loop je langs de stations en vraag leerlingen hardop voor te lezen welke vraag ze hebben bedacht. Benadruk daarna het verschil in reactie bij open en gesloten vragen, bijvoorbeeld door te vragen: 'Wat merk je aan de manier waarop de ander reageert?'
Tijdens het interview in de interviewketen denken leerlingen dat doorvragen alleen voor experts is.
Tijdens de interviewketen geef je als docent een voorbeeld van een simpele vervolgvraag, zoals 'Wat vond je het leukste aan...?' en vraag leerlingen om zelf een vergelijkbare vraag te bedenken na een antwoord.
Tijdens het vragenparcours geloven leerlingen dat gesloten vragen altijd beter zijn voor snelheid.
Tijdens het vragenparcours laat je leerlingen in tweetallen een gesloten en een open vraag bedenken voor hetzelfde onderwerp. Bespreek daarna samen welke vraag meer informatie oplevert en waarom.
Methodes gebruikt in dit overzicht