Activiteit 01
Stationsrotatie: Argumenten Opbouwen
Richt vier stations in: 1. Feiten verzamelen uit teksten; 2. Meningen koppelen aan feiten; 3. Tegenargumenten bedenken; 4. Overtuigingsrol oefenen met een partner. Groepen rouleren elke 10 minuten en vullen een argumentenkaart in. Sluit af met een korte presentatie.
Hoe bouw je een sterk argument op dat anderen kan overtuigen?
FacilitatietipTijdens de stationsrotatie: plaats de materialen voor elke stap van de argumentatiestructuur (stelling, feiten, tegenargumenten) fysiek bij elkaar, zodat leerlingen de opbouw visueel kunnen volgen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de stelling: 'Honden zijn betere huisdieren dan katten'. Vraag hen één feit en één mening op te schrijven die hun stelling ondersteunen. Beoordeel of ze het verschil tussen feit en mening correct toepassen.