Activiteit 01
Circuitmodel: Genrekenmerken
Richt drie stations in met voorbeeldteksten van sprookjes, fabels en avonturenverhalen. Leerlingen lezen een fragment, noteren drie kenmerken op een kaartje en hangen het op. Groepen roteren na 10 minuten en vergelijken notities.
Hoe differentieer je een sprookje van een fabel op basis van hun kenmerken?
FacilitatietipTijdens het stationswerk: zorg voor heldere instructiekaartjes met voorbeelden en vraag leerlingen hun keuzes hardop te verantwoorden.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een kort tekstfragment. Vraag hen om het genre (sprookje, fabel, avontuur) te benoemen en één kenmerk te noemen dat hun keuze ondersteunt.