Activiteit 01
Stationrotatie: Stemstations
Richt vier stations in: volume (luide en zachte herhalingen van zinnen), toonhoogte (hoog en laag voor emoties), tempo (snel en traag vertellen) en combinatie. Groepen rotëren elke 7 minuten, observeren elkaars reacties en noteren wat het beste werkt.
Hoe pas je je stem aan om nadruk te leggen op belangrijke woorden?
FacilitatietipLaat leerlingen bij de stemstations eerst alleen experimenteren zonder tips, zodat ze zelf ontdekken wat werkt.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een korte zin, bijvoorbeeld 'De bal is rond'. Vraag hen om de zin twee keer op te zeggen: één keer om te laten zien dat het een feit is (neutraal) en één keer om te laten zien dat ze heel blij zijn met de bal (enthousiast). Ze noteren welk stemgebruik ze gebruikten voor elk.