Activiteit 01
Stationrotatie: Instrumentenstations
Richt stations in voor camera (lens en scherm), microscoop (real object vergroten), telescoop (ver punt observeren) en ray tracing. Groepen draaien elke 10 minuten, tekenen stralen en noteren beelden. Sluit af met klassenbespreking.
Analyseer de rol van lenzen en spiegels in de werking van een camera.
FacilitatietipZorg bij de stationrotatie dat elk station een duidelijke, tastbare opdracht heeft met meetbare uitkomsten, zoals helderheid of vergroting van het geprojecteerde beeld.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een camera, microscoop en telescoop. Vraag hen om voor elk instrument één specifieke optische component (lens, spiegel, oculair, objectief) te identificeren en kort uit te leggen welke rol deze speelt in de werking.