Activiteit 01
Circuitmodel: Instrumentstations
Richt vier stations in: snaar (gitaar met variabele spanning), luchtkolom (PVC-buis met verschillende lengtes), membraan (ballon op kom met tikstokjes) en resonantie (glazen met waterniveaus). Groepen draaien elke 10 minuten en meten toonhoogtes met een app of stemvork. Sluit af met groepsdiscussie over waarnemingen.
Hoe produceert een gitaar verschillende tonen?
FacilitatietipTijdens Instrumentstations geef je leerlingen een duidelijke taakkaart met vragen over trillingsbron, golfsoort en variabelen die toonhoogte beïnvloeden, zodat ze gefocust blijven op het onderzoeken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van drie verschillende muziekinstrumenten (bijvoorbeeld een viool, een klarinet, een trommel). Vraag hen om voor elk instrument kort uit te leggen welk deel trilt en welk type golf er ontstaat. Benoem ook een variabele die de toonhoogte beïnvloedt.