Activiteit 01
Stationrotatie: Golfsoorten Demonstreren
Richt vier stations in: touwgolf voor transversaal, slinky voor longitudinaal, waterbak voor oppervlaktegolven en speaker voor geluid. Groepen draaien elke 10 minuten, tekenen deeltjesbeweging en meten golflengte. Sluit af met vergelijking.
Hoe verschillen longitudinale golven van transversale golven in hun voortplanting?
FacilitatietipTijdens de stationrotatie loop je rond met een checklist om er zeker van te zijn dat elke groep zowel de transversale als longitudinale demo correct uitvoert en registreert.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een beschrijving van een golfverschijnsel (bijvoorbeeld: 'een golf op een gitaarsnaar', 'het geluid van een naderende ambulance'). Vraag hen om te noteren of het een transversale of longitudinale golf betreft en waarom. Voeg een vraag toe over het Doppler-effect in een van de scenario's.