Activiteit 01
Collaboratieve Investigatie: De Microscopen-Speurtocht
Leerlingen bekijken in tweetallen een vliesje van een ui en hun eigen wangslijmvlies onder de microscoop. Ze tekenen wat ze zien en moeten op basis van hun observaties drie verschillen tussen de plantencel en de dierlijke cel benoemen.
Analyseer hoe de wereld eruitziet als we deze duizend keer vergroten.
FacilitatietipTijdens de Microscopen-Speurtocht loop je rond en stel je open vragen om leerlingen te helpen bij het beschrijven wat ze zien, zoals 'Wat valt je op aan de vorm van deze cel?'
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met de namen van vier celonderdelen (bijv. celkern, celwand, cytoplasma, bladgroenkorrel). Vraag hen om voor elk onderdeel één specifieke functie te noteren en aan te geven of het voorkomt in een plantencel, dierlijke cel, of beide.