Activiteit 01
Stationrotatie: Diergedragsstations
Richt vier stations in: migratie (kaarten met routes), winterslaap (modellen met energiebalans), schuilgedrag (verstopspel) en jagen (voedselzoektocht). Groepen draaien elke 10 minuten en noteren observaties en voor- en nadelen.
Verklaar waarom sommige vogels migreren in plaats van zich aan te passen aan koude winters.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie: zorg dat elk station een duidelijke instructiekaart heeft met een foto van het dier en de aanpassing, zodat leerlingen visueel ondersteund worden.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met de naam van een dier (bijvoorbeeld egel, zwaluw, beer). Vraag hen om één gedragsaanpassing te beschrijven die dit dier gebruikt om de winter door te komen en waarom dit dier deze aanpassing nodig heeft.