Skip to content
Natuur en techniek · Groep 5

Ideeën voor actief leren

Lichtbronnen en Schaduwen

Actief leren werkt bij Lichtbronnen en Schaduwen omdat leerlingen door directe observatie en experimenten ontdekken hoe licht zich gedraagt. Door zelf met lichtbronnen, objecten en schermen aan de slag te gaan, bouwen ze een helder begrip op dat abstracte uitleg overstijgt.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Natuur en techniekSLO: Basisonderwijs - Licht
25–45 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Onderzoekskring45 min · Kleine groepjes

Experimenteerstations: Lichtbron Posities

Richt vier stations in: nabije lichtbron voor grote schaduwen, verre voor kleine, zijwaarts voor vervormde schaduwen, en twee bronnen voor meerdere schaduwen. Groepen rotëren elke 10 minuten, tekenen waarnemingen en meten schaduwlengtes met linialen. Sluit af met groepsdiscussie over patronen.

Verklaar hoe de positie van een lichtbron de grootte en vorm van een schaduw beïnvloedt.

FacilitatietipLaat leerlingen tijdens Experimenteerstations altijd eerst voorspellen wat er zal gebeuren voordat ze de zaklamp verplaatsen, zo activeer je hun denken.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een zaklamp, een klein object en een vel papier. Vraag hen om een schaduw te maken en deze te tekenen. Laat ze vervolgens één zin schrijven over hoe ze de schaduw groter of kleiner konden maken.

AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 02

Onderzoekskring30 min · Duo's

Schaduwspel Ontwerpen

In paren kiezen leerlingen een verhaal en objecten om schaduwen te maken met een zaklamp. Ze oefenen posities om scènes te vormen, voeren het op voor de klas en leggen uit hoe licht de effecten creëert. Documenteer met foto's.

Analyseer waarom sommige objecten licht doorlaten en andere niet.

FacilitatietipGeef bij Schaduwspel Ontwerpen duidelijke voorbeelden van bekende schaduwfiguren, zoals een konijn of een boom, om de creativiteit te stimuleren.

Waar je op moet lettenLaat een object tussen een lamp en een muur plaatsen. Vraag: 'Wat gebeurt er met de schaduw als ik de lamp dichterbij breng? En als ik hem verder weg zet? Waarom verandert de schaduw van grootte?'

AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 03

Onderzoekskring25 min · Individueel

Materialen Testen op Lichtdoorlaatbaarheid

Deel materialen uit zoals papier, plastic folie en glas. Individuen schijnen licht erdoor met zaklampen, classificeren als doorlatend of niet, en noteren observaties in een tabel. Deel resultaten in kringgesprek.

Ontwerp een schaduwspel om een verhaal te vertellen.

FacilitatietipBij Materialen Testen op Lichtdoorlaatbaarheid, zorg voor een gevarieerd aanbod van materialen en laat leerlingen deze eerst voelen en bekijken voordat ze ze testen.

Waar je op moet lettenToon drie verschillende materialen (bijv. glas, bakpapier, een houten plank). Vraag de leerlingen om te classificeren of elk materiaal transparant, doorschijnend of ondoorzichtig is en waarom, door te wijzen naar de lichtbron in de klas.

AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Activiteit 04

Onderzoekskring35 min · Hele klas

Schaduwjacht Buiten

Whole class gaat naar buiten, observeert schaduwen van bomen en gebouwen bij verschillende tijden. Meet lengtes met meetlinten, noteer posities van zon en bespreek veranderingen in plenair verslag.

Verklaar hoe de positie van een lichtbron de grootte en vorm van een schaduw beïnvloedt.

FacilitatietipTijdens Schaduwjacht Buiten, gebruik een meetlint om afstanden te markeren zodat leerlingen precies kunnen zien hoe de schaduw groeit of krimpt.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een zaklamp, een klein object en een vel papier. Vraag hen om een schaduw te maken en deze te tekenen. Laat ze vervolgens één zin schrijven over hoe ze de schaduw groter of kleiner konden maken.

AnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementZelfbewustzijn
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Leerlingen leren het beste door te doen en te verwoorden wat ze zien. Vermijd lange uitleg vooraf; geef eerst een korte demonstratie, laat ze daarna zelf experimenteren en bespreek pas daarna in de groep wat ze hebben waargenomen. Zo voorkom je dat leerlingen passief luisteren en bouw je begrip op vanuit hun eigen ervaringen. Gebruik open vragen om hun denken te activeren, zoals: 'Wat zou er gebeuren als...?' of 'Waarom is de schaduw hier anders dan daar?'

Succesvolle leerlingen kunnen uitleggen hoe de afstand tussen lichtbron, object en scherm de schaduw beïnvloedt. Ze herkennen verschillende lichtbronnen en materialen op basis van hun lichtdoorlatendheid en passen dit toe in nieuwe situaties.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens Experimenteerstations zien leerlingen dat schaduwen soms kleiner zijn dan het object en denken ze dat dit altijd zo is.

    Gebruik de zaklamp en het object om te laten zien hoe de schaduw groter wordt als het object dichter bij de lamp komt en kleiner als het object dichter bij het scherm staat. Laat leerlingen in tweetallen hun bevindingen vergelijken en bespreek waarom dit gebeurt.

  • Tijdens Experimenteerstations of Schaduwspel Ontwerpen denken leerlingen dat licht om een hoekje gaat en de schaduw daardoor vervormd wordt.

    Laat leerlingen met een zaklamp en een klein object precies zien dat de schaduwranden altijd scherp zijn en dat licht alleen in rechte lijnen reist. Vraag hen om hun observaties te vergelijken met hun voorspellingen en deze te tekenen.

  • Tijdens Materialen Testen op Lichtdoorlaatbaarheid denken leerlingen dat alle ondoorzichtige materialen donkere schaduwen maken.

    Laat leerlingen zien dat een dikke doek een donkere schaduw maakt, maar een dunne stof een lichtere schaduw geeft. Bespreek samen waarom dit verschil ontstaat en laat ze deze materialen met elkaar vergelijken.


Methodes gebruikt in dit overzicht