Activiteit 01
Stationrotatie: Trillingen maken
Richt vier stations in: stemvork op tafel met zandpatronen, stemvork in water voor golfjes, gong slaan en voelen, rubberen band spannen en tokkelen. Groepen draaien elke 7 minuten en noteren waarnemingen in een logboek. Sluit af met klassikale vergelijking.
Verklaar hoe trillingen geluid produceren en hoe dit geluid zich voortplant.
FacilitatietipZorg tijdens de stationrotatie dat elk station een heldere, concrete opdracht heeft met een duidelijke vraag, zoals 'Maak de stemvork trillen en observeer de zandkorrels op het membraan.'
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de vraag: 'Leg in twee zinnen uit hoe een gitaarsnaar geluid maakt en hoe dat geluid bij je oor komt.' Beoordeel op correct gebruik van de termen 'trilling' en 'voortplanting'.