Activiteit 01
Stationrotatie: Voedselweb Stations
Richt vier stations in: producenten (plantkaarten), consumenten (dierkaarten met pijlen), decomposeerders (afbraakmodellen) en verstoringen (kaarten met menselijke invloeden). Groepen rotëren elke 10 minuten, tekenen relaties en bespreken kettingreacties.
Verklaar de wederzijdse afhankelijkheid tussen planten en dieren in een bos-ecosysteem.
FacilitatietipBij de stationrotatie: zorg dat elk station een fysiek onderdeel van het voedselweb representeert (bijvoorbeeld een boom voor producenten, een hert voor herbivoren) zodat leerlingen de rollen direct kunnen zien.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met de naam van een dier uit het bos (bijvoorbeeld een eekhoorn). Vraag hen om op te schrijven: 1. Wat eet de eekhoorn? (producent of consument) 2. Wie zou de eekhoorn kunnen eten? 3. Noem één ding dat de eekhoorn nodig heeft van het bos (bijvoorbeeld een boom voor onderdak).