Activiteit 01
Stationswerk: Energiebronnen testen
Richt drie stations in: zon (zonnelamp met schaduwklok), wind (ventilator met papieren molentje), batterij (lampje aansluiten en tijd meten tot uitgaan). Kinderen draaien in groepjes rond, tekenen waarnemingen en bespreken verschillen. Sluit af met klassenpresentatie.
Welke dingen in jouw huis gebruiken energie om te werken?
FacilitatietipLaat bij het stationswerk apparaten zoals een zaklamp, een speelgoedauto en een ventilator klaarleggen en geef elk station een duidelijke opdrachtkaart met foto’s voor visuele ondersteuning.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met de naam van een apparaat (bv. lamp, radio, speelgoedauto). Vraag hen om op te schrijven waar de energie vandaan komt die het apparaat nodig heeft en één manier waarop ze energie kunnen besparen.