Globalisering is het proces waarbij de wereld op economisch, politiek en cultureel gebied steeds meer verbonden raakt. In deze laatste module van klas 5 onderzoeken leerlingen de drijvende krachten achter dit proces, zoals technologische innovatie en de liberalisering van de wereldhandel (Domein E). We kijken naar de impact hiervan op de nationale soevereiniteit van Nederland binnen de Europese Unie.
Leerlingen vertegenwoordigen verschillende landen (rijke westerse landen, opkomende economieën, kwetsbare eilandstaten). Ze moeten onderhandelen over een wereldwijd klimaatakkoord. Ze ervaren hoe nationale belangen botsen met mondiale noodzaak.
Wat zijn de belangrijkste drijvende krachten achter globalisering?
In tweetallen brengen leerlingen de productieketen van een alledaags product in kaart. Waar komen de grondstoffen vandaan? Waar vindt de assemblage plaats? Ze presenteren hun bevindingen en bespreken de ethische en politieke aspecten van deze keten.
Hoe beïnvloedt globalisering de nationale soevereiniteit van staten?
Aan de hand van de stelling 'Nederland moet meer soevereiniteit overdragen aan de EU om mondiale problemen op te lossen' voeren leerlingen een debat. Ze gebruiken begrippen als democratisch tekort, economische integratie en nationale identiteit.
Leidt globalisering tot een eenheidscultuur of juist tot meer culturele diversiteit?
Globalisering leidt tot één wereldwijde eenheidscultuur.
Hoewel er sprake is van amerikanisering, zien we ook 'glokalisering' (wereldwijde producten met een lokale aanpassing) en een sterke terugslag naar lokale identiteit. Actieve analyse van lokale trends laat zien dat cultuur juist diverser kan worden door globalisering.
Nationale staten hebben geen macht meer door de macht van multinationals.
Hoewel de invloed van bedrijven groot is, blijven staten de enige actoren die wetten kunnen maken en belastingen kunnen heffen. Door te kijken naar internationale regelgeving ontdekken leerlingen dat staten hun macht nu vaker collectief uitoefenen.