Activiteit 01
Stationrotatie: Trofische Niveaus
Richt vier stations in: producenten (plantmodellen met licht), consumenten (voedselketens assembleren), reducenten (afbraakexperiment met blad en wormen), en energiestroom (piramidekaarten sorteren). Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren interacties. Sluit af met klassenbespreking.
Analyseer de verschillende trofische niveaus in een ecosysteem en hun onderlinge afhankelijkheid.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie: geef elk station een duidelijk tijdslimiet en wissel groepen na 8 minuten door om maximale betrokkenheid te waarborgen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaart met een specifiek organisme (bijv. gras, konijn, vos, bacterie). Vraag hen om het trofische niveau van dit organisme te identificeren en één zin te schrijven over hoe het energie uitwisselt met het vorige en volgende niveau.