Activiteit 01
Stationrotatie: Trofische Niveaus
Richt vijf stations in: producenten (plantmodellen met licht), herbivoren (kaarten met energie-inname), carnivoren (energieoverdracht), reducenten (afbraakboxen) en energiepiramide (blokken stapelen). Groepen draaien elke 10 minuten, noteren verliezen en presenteren één keten.
Analyseer hoe energie door voedselketens stroomt en waarom er energie verloren gaat bij elke stap.
FacilitatietipZorg tijdens de stationrotatie dat elk station een fysiek model heeft (bv. blokken voor biomassa, kaarten voor energie) zodat leerlingen kunnen voelen en tellen in plaats van alleen te lezen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met de naam van een organisme uit een lokaal ecosysteem (bv. eik, rups, merel, vos). Vraag hen om: 1. Het trofische niveau van dit organisme te identificeren. 2. Twee andere organismen te noemen waarmee het direct of indirect verbonden is in een voedselweb. 3. Eén reden te geven waarom er energie verloren gaat wanneer dit organisme eet.