Activiteit 01
Stationrotatie: Ecosystemen componenten
Richt vier stations in: abiotische factoren (modellen van bodem en klimaat), biotische interacties (voedselwebben met kaarten), energiepiramide (kaarten stapelen), materie cyclus (pijlen met koolstof). Groepen draaien elke 10 minuten en noteren verbanden. Sluit af met klassenpresentatie.
Analyseer hoe abiotische en biotische factoren de structuur en functie van een ecosysteem bepalen.
FacilitatietipBij Stationrotatie: Zorg dat elke station een fysiek element bevat, zoals een bak met bodemmonsters of een aquarium, zodat leerlingen meerdere zintuigen gebruiken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een afbeelding van een specifiek biome (bijvoorbeeld woestijn). Vraag hen om twee abiotische factoren en twee biotische factoren te benoemen die kenmerkend zijn voor dit biome, en één aanpassing van een plant of dier daarin.