Activiteit 01
Stationrotatie: Bestuivingsmethoden
Richt vier stations in: windbestuiving met pollenmodellen, insectenbestuiving met nektroggen, zelfbestuiving met tomaatbloemen, en kruisbestuiving met kwasten. Groepen draaien elke 10 minuten, observeren en noteren verschillen. Sluit af met klassenvergelijking.
Analyseer de verschillende mechanismen van bestuiving en hun evolutionaire voordelen.
FacilitatietipGeef bij Stationrotatie: Bestuivingsmethoden per station een duidelijke tijdsindicatie (7 minuten) en leg de link tussen stuifmeelstructuren en bestuivers expliciet uit met behulp van vergrootglazen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een plant met specifieke kenmerken (bv. grote, kleurrijke bloem of kleine, onopvallende bloemen met veel stuifmeel). Vraag hen: 1. Welk bestuivingsmechanisme is waarschijnlijk effectief voor deze plant? 2. Verklaar je antwoord met minimaal twee aanwijzingen uit de afbeelding.