Proporties van het Gezicht
Leerlingen leren de universele verhoudingen en structuren van het menselijk gelaat te herkennen en toe te passen.
Over dit onderwerp
Het tekenen van het menselijk gezicht is voor veel leerlingen een mijlpaal in hun artistieke ontwikkeling. In dit onderwerp leren VWO-leerlingen de universele verhoudingen van de anatomie, zoals de plaatsing van de ogen op de middellijn van de schedel en de breedte van de neus in verhouding tot de ogen. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor waarneming en anatomie. Het doel is niet alleen om een 'mooi' gezicht te tekenen, maar om door middel van nauwkeurige observatie de structuren te begrijpen die elk gezicht uniek maken.
Voor VWO-leerlingen biedt dit ook een kans om de link te leggen met biologie en geschiedenis. Ze onderzoeken hoe botstructuren en spieren de vorm van het gelaat bepalen. Door te werken met spiegels en elkaars gezichten te bestuderen, stappen ze af van symbolisch tekenen (zoals het tekenen van een oog als een amandelvorm met een stip) en gaan ze over op echt kijken naar licht, schaduw en vorm. Actieve werkvormen waarbij ze elkaars gezicht 'meten' maken de abstracte regels van de anatomie tastbaar en direct toepasbaar.
Kernvragen
- Wat zijn de universele verhoudingen die elk menselijk gezicht deelt?
- Hoe zorgen kleine afwijkingen in verhouding voor een unieke gelijkenis?
- Analyseer welke botstructuren essentieel zijn voor het tekenen van een overtuigend portret.
Leerdoelen
- Identificeer de belangrijkste anatomische referentiepunten op een schedelmodel of foto.
- Vergelijk de canonieke verhoudingen van het gezicht met die van specifieke portretten, en benoem de afwijkingen.
- Demonstreer de toepassing van de 'vijf-ogen-breedte'-regel bij het schetsen van een basisgezicht.
- Analyseer hoe de onderliggende botstructuur, zoals de jukbeenderen en kaaklijn, de vorm van het gezicht bepaalt.
Voordat je begint
Waarom: Leerlingen moeten basisvaardigheden in het tekenen van lijnen en het herkennen van geometrische vormen beheersen om de structuur van het gezicht te kunnen opbouwen.
Waarom: Een basisbegrip van aandachtig kijken en het registreren van visuele informatie is nodig om de details en verhoudingen van een gezicht te kunnen waarnemen.
Kernbegrippen
| Canonieke verhoudingen | De universele, wiskundige verhoudingen die als ideaal worden beschouwd voor het menselijk gelaat, zoals de plaatsing van ogen, neus en mond. |
| Schedelbasis | Het onderste deel van de schedel dat de hersenstam en het ruggenmerg ondersteunt en de basis vormt voor gelaatstrekken. |
| Jukbeenboog | De botstructuur die de wang vormt en bijdraagt aan de breedte en contour van het gezicht. |
| Gezichtsas | Een denkbeeldige lijn die van de haarlijn tot de kin loopt, gebruikt als referentie voor de verticale plaatsing van gelaatstrekken. |
| Profiellijn | Een lijn die de contouren van het gezicht weergeeft wanneer men van de zijkant bekijkt, essentieel voor het begrijpen van diepte en vorm. |
Pas op voor deze misvattingen
Veelvoorkomende misvattingDe ogen zitten bovenin het voorhoofd.
Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen
Dit is de meest voorkomende fout. De ogen zitten precies in het midden van het hoofd (van kruin tot kin). Door leerlingen een foto van zichzelf horizontaal doormidden te laten vouwen, zien ze fysiek dat de vouw over de ogen loopt.
Veelvoorkomende misvattingJe tekent wat je weet (een oog, een neus) in plaats van wat je ziet.
Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen
Leerlingen tekenen vaak symbolen. Door ze een portret ondersteboven te laten natekenen, worden ze gedwongen om naar lijnen en vormen te kijken in plaats van naar een 'gezicht', wat de anatomische nauwkeurigheid enorm verbetert.
Ideeën voor actief leren
Bekijk alle activiteitenOnderzoekskring: De Gezichts-Meting
Leerlingen werken in tweetallen en gebruiken schuifmaten of strookjes papier om de verhoudingen van elkaars gezicht te meten (bijv. hoe vaak past een oogbreedte in de totale breedte van het hoofd?). Ze noteren hun bevindingen en vergelijken deze met de 'ideale' canon.
Circuitmodel: Onderdelen van het Gelaat
Vier stations met focus op specifieke onderdelen: station 1 de ogen, station 2 de neus, station 3 de mond en station 4 de oren. Bij elk station liggen anatomische tekeningen en spiegels voor korte, gerichte schetsoefeningen.
Denken-Delen-Uitwisselen: De Kracht van de Afwijking
Toon portretten van mensen met zeer karakteristieke gezichten. Leerlingen analyseren individueel welke verhouding afwijkt van de standaard en hoe dit bijdraagt aan de gelijkenis. Bespreek dit in tweetallen.
Verbinding met de Echte Wereld
- Forensisch kunstenaars gebruiken hun kennis van gezichtsverhoudingen en schedelstructuur om reconstructies te maken van onbekende personen, gebaseerd op gevonden resten.
- Animators en game-ontwikkelaars passen deze principes constant toe om geloofwaardige en herkenbare digitale personages te creëren, waarbij ze variaties op de canonieke verhoudingen gebruiken voor unieke karakters.
Toetsideeën
Tijdens het schetsen, loop rond met een meetlat (of een potlood als meetinstrument). Vraag leerlingen om de afstand tussen de ogen te meten en te vergelijken met de breedte van één oog. Vraag: 'Hoe verhoudt deze meting zich tot de canonieke regel?'
Geef leerlingen een afdruk van een gezicht met duidelijke anatomische kenmerken. Vraag hen om drie belangrijke anatomische referentiepunten te benoemen en de belangrijkste botstructuur die de vorm van de wangen bepaalt te identificeren.
Laat leerlingen elkaars portretschetsen beoordelen op basis van de canonieke verhoudingen. Geef ze een checklist met punten als: 'Zijn de ogen ongeveer halverwege de gezichtsas geplaatst?', 'Is de breedte van de neus ongeveer gelijk aan de afstand tussen de ogen?'. Leerlingen geven elkaar feedback op basis van deze checklist.
Veelgestelde vragen
Hoe leer ik leerlingen om diepte in een gezicht te krijgen?
Is het erg als een portret niet lijkt?
Waarom zijn actieve meet-opdrachten nuttig bij anatomie?
Hoe ga ik om met leerlingen die gefrustreerd raken?
Meer in Identiteit en het Portret
Gelaatsuitdrukkingen en Emotie
Leerlingen onderzoeken hoe gelaatsuitdrukkingen emoties overbrengen en hoe deze in portretten worden vastgelegd.
2 methodologies
Het Innerlijke Zelf in Beeld
Leerlingen verbeelden de innerlijke wereld en karaktertrekken in plaats van alleen de uiterlijke kenmerken in een zelfportret.
2 methodologies
Symboliek in het Portret
Leerlingen onderzoeken hoe kunstenaars symbolen en attributen gebruiken om diepere lagen van identiteit en status in portretten weer te geven.
2 methodologies
De Evolutie van het Portret
Leerlingen analyseren de ontwikkeling van portretkunst van klassieke schilderkunst tot moderne fotografie en digitale media.
2 methodologies
Filters en Schoonheidsidealen
Een kritische blik op de invloed van filters en sociale media op onze perceptie van schoonheid en zelfbeeld.
2 methodologies
Portretfotografie: Techniek en Expressie
Leerlingen experimenteren met belichting, compositie en poses om expressieve portretfoto's te maken.
2 methodologies