Ga naar de inhoud
Beeldende vorming · Klas 2 VWO · Identiteit en het Portret · Periode 2

Proporties van het Gezicht

Leerlingen leren de universele verhoudingen en structuren van het menselijk gelaat te herkennen en toe te passen.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Voortgezet - Beeldende vorming: WaarnemingSLO: Voortgezet - Beeldende vorming: Anatomie

Over dit onderwerp

Het tekenen van het menselijk gezicht is voor veel leerlingen een mijlpaal in hun artistieke ontwikkeling. In dit onderwerp leren VWO-leerlingen de universele verhoudingen van de anatomie, zoals de plaatsing van de ogen op de middellijn van de schedel en de breedte van de neus in verhouding tot de ogen. Dit sluit aan bij de SLO-doelen voor waarneming en anatomie. Het doel is niet alleen om een 'mooi' gezicht te tekenen, maar om door middel van nauwkeurige observatie de structuren te begrijpen die elk gezicht uniek maken.

Voor VWO-leerlingen biedt dit ook een kans om de link te leggen met biologie en geschiedenis. Ze onderzoeken hoe botstructuren en spieren de vorm van het gelaat bepalen. Door te werken met spiegels en elkaars gezichten te bestuderen, stappen ze af van symbolisch tekenen (zoals het tekenen van een oog als een amandelvorm met een stip) en gaan ze over op echt kijken naar licht, schaduw en vorm. Actieve werkvormen waarbij ze elkaars gezicht 'meten' maken de abstracte regels van de anatomie tastbaar en direct toepasbaar.

Kernvragen

  1. Wat zijn de universele verhoudingen die elk menselijk gezicht deelt?
  2. Hoe zorgen kleine afwijkingen in verhouding voor een unieke gelijkenis?
  3. Analyseer welke botstructuren essentieel zijn voor het tekenen van een overtuigend portret.

Leerdoelen

  • Identificeer de belangrijkste anatomische referentiepunten op een schedelmodel of foto.
  • Vergelijk de canonieke verhoudingen van het gezicht met die van specifieke portretten, en benoem de afwijkingen.
  • Demonstreer de toepassing van de 'vijf-ogen-breedte'-regel bij het schetsen van een basisgezicht.
  • Analyseer hoe de onderliggende botstructuur, zoals de jukbeenderen en kaaklijn, de vorm van het gezicht bepaalt.

Voordat je begint

Basisprincipes van Tekenen: Lijn en Vorm

Waarom: Leerlingen moeten basisvaardigheden in het tekenen van lijnen en het herkennen van geometrische vormen beheersen om de structuur van het gezicht te kunnen opbouwen.

Waarneming en Observatie

Waarom: Een basisbegrip van aandachtig kijken en het registreren van visuele informatie is nodig om de details en verhoudingen van een gezicht te kunnen waarnemen.

Kernbegrippen

Canonieke verhoudingenDe universele, wiskundige verhoudingen die als ideaal worden beschouwd voor het menselijk gelaat, zoals de plaatsing van ogen, neus en mond.
SchedelbasisHet onderste deel van de schedel dat de hersenstam en het ruggenmerg ondersteunt en de basis vormt voor gelaatstrekken.
JukbeenboogDe botstructuur die de wang vormt en bijdraagt aan de breedte en contour van het gezicht.
GezichtsasEen denkbeeldige lijn die van de haarlijn tot de kin loopt, gebruikt als referentie voor de verticale plaatsing van gelaatstrekken.
ProfiellijnEen lijn die de contouren van het gezicht weergeeft wanneer men van de zijkant bekijkt, essentieel voor het begrijpen van diepte en vorm.

Pas op voor deze misvattingen

Veelvoorkomende misvattingDe ogen zitten bovenin het voorhoofd.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Dit is de meest voorkomende fout. De ogen zitten precies in het midden van het hoofd (van kruin tot kin). Door leerlingen een foto van zichzelf horizontaal doormidden te laten vouwen, zien ze fysiek dat de vouw over de ogen loopt.

Veelvoorkomende misvattingJe tekent wat je weet (een oog, een neus) in plaats van wat je ziet.

Wat je in plaats daarvan kunt onderwijzen

Leerlingen tekenen vaak symbolen. Door ze een portret ondersteboven te laten natekenen, worden ze gedwongen om naar lijnen en vormen te kijken in plaats van naar een 'gezicht', wat de anatomische nauwkeurigheid enorm verbetert.

Ideeën voor actief leren

Bekijk alle activiteiten

Verbinding met de Echte Wereld

  • Forensisch kunstenaars gebruiken hun kennis van gezichtsverhoudingen en schedelstructuur om reconstructies te maken van onbekende personen, gebaseerd op gevonden resten.
  • Animators en game-ontwikkelaars passen deze principes constant toe om geloofwaardige en herkenbare digitale personages te creëren, waarbij ze variaties op de canonieke verhoudingen gebruiken voor unieke karakters.

Toetsideeën

Snelle Controle

Tijdens het schetsen, loop rond met een meetlat (of een potlood als meetinstrument). Vraag leerlingen om de afstand tussen de ogen te meten en te vergelijken met de breedte van één oog. Vraag: 'Hoe verhoudt deze meting zich tot de canonieke regel?'

Uitgangskaart

Geef leerlingen een afdruk van een gezicht met duidelijke anatomische kenmerken. Vraag hen om drie belangrijke anatomische referentiepunten te benoemen en de belangrijkste botstructuur die de vorm van de wangen bepaalt te identificeren.

Peerbeoordeling

Laat leerlingen elkaars portretschetsen beoordelen op basis van de canonieke verhoudingen. Geef ze een checklist met punten als: 'Zijn de ogen ongeveer halverwege de gezichtsas geplaatst?', 'Is de breedte van de neus ongeveer gelijk aan de afstand tussen de ogen?'. Leerlingen geven elkaar feedback op basis van deze checklist.

Veelgestelde vragen

Hoe leer ik leerlingen om diepte in een gezicht te krijgen?
Focus op de schaduwpartijen in plaats van de lijnen. Laat ze de oogkassen, de zijkant van de neus en de schaduw onder de onderlip invullen met zachte potloodtonen. Dit suggereert de botstructuur onder de huid.
Is het erg als een portret niet lijkt?
In deze fase is het proces van waarnemen belangrijker dan de gelijkenis. Beoordeel op de juiste toepassing van verhoudingen en het gebruik van licht en donker. Gelijkenis komt vaak pas met veel oefening.
Waarom zijn actieve meet-opdrachten nuttig bij anatomie?
Anatomie is een vorm van toegepaste wiskunde. Door zelf te meten, ontdekken leerlingen de wetmatigheden in plaats van ze uit een boek aan te nemen. Deze actieve ontdekking zorgt ervoor dat ze de verhoudingen beter onthouden en toepassen in hun eigen tekeningen.
Hoe ga ik om met leerlingen die gefrustreerd raken?
Breek het proces op in kleine stappen. Laat ze eerst alleen de grote vormen (de 'ei-vorm') en de hulplijnen tekenen voordat ze aan details beginnen. Succeservaringen in de basisstructuur verminderen de frustratie bij de afwerking.