Activiteit 01
Paarwerk: Schaalmodellen Maken
Laat paren een eenvoudig object schetsen en bouwen in twee schalen: klein (handgroot) en groot (lichaamsgroot met karton). Ze wisselen modellen uit en noteren hoe grootte de waarneming verandert. Sluit af met presentatie van verschillen.
Hoe verandert de betekenis van een object als het op een veel grotere of kleinere schaal wordt weergegeven?
FacilitatietipTijdens het maken van schaalmodellen: geef leerlingen duidelijke materialen en beperk de tijd, zodat ze gefocust blijven op de relatie tussen grootte en proportie in plaats van perfectie.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een bekend object (bv. een stoel) op drie verschillende schalen (normaal, vergroot, verkleind). Vraag hen om voor elke schaal één woord op te schrijven dat de emotie of betekenis van het object op die schaal beschrijft, en waarom.