Activiteit 01
Kaartspel: Kwadraten en Wortels Matchen
Deel kaarten uit met getallen, kwadraten en wortels. Leerlingen in groepjes leggen paren zoals 6, 36 en √36 aan door te kwadrateren of wortels te berekenen. Wissel rollen om en bespreek matches na 10 minuten.
Leg uit wat het verschil is tussen een kwadraat en een vierkantswortel.
FacilitatietipGeef bij het kaartspel elk groepje twee sets kaarten: één met kwadraten en één met getallen, zodat ze zelf de matching moeten ontdekken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een werkblad met diverse sommen. Vraag hen om de kwadraten van de getallen 1 tot en met 10 te berekenen en de vierkantswortels van de perfecte kwadraten 1, 4, 9, 16, 25, 36, 49, 64, 81, 100 te vinden. Controleer op correctheid.