Activiteit 01
Paarwerk: Spiegeltekenen
Deel een vel papier doormidden. Laat leerlingen in paren de ene helft van een figuur tekenen. Gebruik een spiegel om de andere helft te controleren op lijnsymmetrie. Wissel rollen en bespreek afwijkingen.
Leg uit wat het verschil is tussen lijn- en draaisymmetrie.
FacilitatietipTijdens Spiegeltekenen geef je leerlingen transparante spiegels zodat ze hun tekeningen direct kunnen controleren.
Waar je op moet lettenPresenteer leerlingen een reeks figuren (bijvoorbeeld letters, geometrische vormen, logo's). Vraag hen om voor elk figuur aan te geven of het lijnsymmetrie heeft, zo ja, hoeveel symmetrieassen het heeft, en of het draaisymmetrie heeft, zo ja, wat de orde is. Dit kan op een werkblad of digitaal.