Activiteit 01
Circuitmodel: Kansstations
Richt vier stations in: dobbelsteen (even/oneven), munt (kop/munt), kaarttrekken (rood/zwart), kleurenzak (specifieke kleur). Groepen draaien elke 10 minuten, tellen uitkomsten en berekenen kansen. Sluit af met klassenvergelijking van resultaten.
Verklaar het verschil tussen een zekere, onmogelijke en willekeurige gebeurtenis.
FacilitatietipBij **Kansstations** loop je rond en observeer je of leerlingen de materialen correct gebruiken en notities maken over uitkomsten en kansen, zonder direct antwoorden te geven.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen drie scenario's: 'De zon komt morgen op', 'Je wint de loterij met één lot', 'Je gooit een 7 met één dobbelsteen'. Vraag hen om voor elk scenario te classificeren of het zeker, onmogelijk of willekeurig is en de bijbehorende kans (0, 1, of tussen 0 en 1) te noteren.