Activiteit 01
Kaartenspel: Getallen vergelijken
Deel kaarten met getallen tot 1.000.000 uit. In paren trekken leerlingen twee kaarten en vergelijken ze met <, > of =. Ze leggen uit waarom, gebaseerd op plaatswaarde. Wissel na vijf rondes kaarten.
Hoe vergelijk je twee getallen met een verschillend aantal cijfers?
FacilitatietipTijdens het kaartenspel: wissel de getalkaarten elke ronde af met zowel getallen van verschillende lengte als gelijke lengte om misconcepties direct te adresseren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met twee getallen, bijvoorbeeld 45.678 en 5.678. Vraag hen om het juiste symbool (<, >, =) ertussen te plaatsen en kort uit te leggen waarom. Controleer of ze de plaatswaarde correct toepassen.