Activiteit 01
Stationrotatie: Coördinatenstations
Richt vier stations in: 1) assen labelen op papier, 2) punten plotten met stiften, 3) coördinaten aflezen van een kaart, 4) figuren verbinden. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren bevindingen in een logboek. Sluit af met een klassenbespreking.
Hoe gebruik je coördinaten om een exacte locatie op een kaart of grafiek aan te geven?
FacilitatietipTijdens Coördinatenstations leg je een groot grid op de vloer met tape en laat leerlingen zelf de assen lopen om het verschil tussen x en y fysiek te ervaren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een klein raster met een paar punten erop geplot. Vraag hen om de coördinaten van elk punt op te schrijven. Geef daarnaast een paar coördinaten en vraag hen om het punt op het raster te plotten.