Activiteit 01
Stationrotatie: Reactietypes
Richt vier stations in: exotherm (magnesiu in zoutzuur), endotherm (ammoniumchloride in water), inert (suiker in water), en referentie (water alleen). Groepen meten temperatuur elke minuut met thermometer, noteren veranderingen en wisselen na 10 minuten. Sluit af met klassenvergelijking van grafieken.
Verklaar het verschil tussen warmte en temperatuur.
FacilitatietipGeef tijdens stationrotatie duidelijke instructies per station met een stopwatch om de observatietijd te begrenzen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met een scenario (bijv. 'een handwarmer activeren', 'een glas koud water dat opwarmt'). Vraag hen om te beschrijven of dit een exotherm of endotherm proces is en hoe de temperatuur van de omgeving verandert.