Activiteit 01
Stationrotatie: Zwak of Sterk?
Richt vier stations in: 1) 't kofschip analyseren met kaarten, 2) stamveranderingen oefenen met sterke werkwoorden, 3) zinnen aanvullen, 4) uitzonderingen bespreken. Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren regels.
Analyseer hoe het 't kofschip helpt bij de spelling van zwakke werkwoorden in de verleden tijd.
FacilitatietipGeef bij Stationrotatie Zwak of Sterk duidelijke voorbeelden mee voor zowel zwakke als sterke werkwoorden, zodat leerlingen direct het verschil in stamverandering zien.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met drie werkwoorden (bijvoorbeeld: fietsen, lezen, springen). Vraag hen om voor elk werkwoord de verleden tijd te schrijven en aan te geven of het een zwak of sterk werkwoord is. Laat ze ook kort uitleggen waarom ze die uitgang kozen bij het zwakke werkwoord.