Activiteit 01
Stationrotatie: Prefix- en Suffixstations
Richt vier stations in: her-, on-, ver- en achtervoegsels. Groepen vullen blanco woorden in met voorbeelden en raden betekenissen via contextkaarten. Wissel elke 10 minuten en bespreek plenair.
Hoe kan de context van een zin je helpen de betekenis van een nieuw woord te raden?
FacilitatietipBij Stationrotatie: Prefix- en Suffixstations loop je rond en noteer je welke leerlingen moeite hebben met het koppelen van voorvoegsels aan concrete voorbeelden, zodat je direct feedback kunt geven.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kort tekstje met 2-3 onbekende woorden. Vraag hen om één woord te kiezen, het op te schrijven, het voor- of achtervoegsel te benoemen, en de betekenis te raden met behulp van de zin. Ze schrijven ook op hoe ze tot de betekenis kwamen.