Activiteit 01
Station Rotatie: Woordsoorten Stations
Richt vier stations in: 1) sorteer woordkaarten op soort, 2) bouw zinnen met ontbrekende woorden, 3) pas bijvoeglijke naamwoorden toe op zelfstandigen, 4) voeg voorzetsels toe voor plaats. Groepen draaien elke 7 minuten en noteren voorbeelden. Sluit af met klassenbespreking.
Hoe bepalen de verschillende woordsoorten de structuur en betekenis van een zin?
FacilitatietipTijdens Station Rotatie: Woordsoorten Stations geef je elke groep een set kaartjes met woorden en vraag je hen eerst de categorieën te bedenken voordat ze sorteren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een korte zin op een kaartje. Vraag hen om alle zelfstandige naamwoorden te onderstrepen en alle werkwoorden te omcirkelen. Bespreek klassikaal de antwoorden en vraag waarom ze bepaalde woorden zo hebben gemarkeerd.