Activiteit 01
Stationrotatie: Faseovergangenstations
Richt vier stations in: 1) ijs smelten met thermometer, 2) water verdampen met weegschaal, 3) condensatie met koude glasplaat boven heet water, 4) droogijs sublimeren. Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren temperatuur- en massa-veranderingen. Sluit af met klassenbespreking van patronen.
Wat zijn de drie belangrijkste fasen van materie?
FacilitatietipTijdens de stationrotatie loop je rond om leerlingen aan te moedigen hun waarnemingen hardop te verwoorden en vragen te stellen bij onduidelijkheden.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een alledaags voorbeeld van een faseovergang (bv. 'een plas water die opdroogt', 'ijsblokje dat smelt'). Vraag hen om de naam van de faseovergang te geven, de richting van de deeltjesbeweging te beschrijven en de rol van energie te benoemen.