Activiteit 01
Stationrotatie: Gravitatie-effecten
Richt vier stations in: 1) valproeven met verschillende massa's vanaf vaste hoogte, 2) veerweger met objecten, 3) simulatie maanval met vertraagde video, 4) grafiek g versus r plotten. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren data in een tabel.
Bereken de gravitatieveldsterkte op het oppervlak van de maan (massa 7,3×10²² kg, straal 1,7×10⁶ m) met behulp van de wet van Newton F = GMm/r², en verklaar waarom g op de maan kleiner is dan op aarde.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie zorg dat elke groep kort de formule toepast met gegeven waarden en direct vergelijkt met aardse g, zodat ze het verschil in veldsterkte voelen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een tabel met de massa en straal van drie verschillende hemellichamen (bijv. Mars, Jupiter, een fictieve exoplaneet). Vraag hen om de gravitatieveldsterkte op het oppervlak van elk hemellichaam te berekenen en te verklaren waarom deze verschilt.