Activiteit 01
Stationrotatie: Newton Experimenten
Richt vier stations in: station 1 voor traagheid met rollende ballen, station 2 voor F=ma met gewichten en karretjes, station 3 voor actie-reactie met katapulten, station 4 voor wrijving op hellingen. Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren data. Sluit af met een klassenbespreking van resultaten.
Waarom is een constante kracht nodig voor een versnelling maar niet voor een constante snelheid?
FacilitatietipDemonstreer tijdens de stationrotatie expliciet het verschil tussen een situatie met en zonder netto kracht door leerlingen zelf te laten waarnemen wat er gebeurt met een object op een luchtbaan.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een scenario: 'Een boodschappenkar wordt met constante snelheid voortgeduwd, daarna versneld.' Vraag hen om voor beide situaties de netto kracht te beschrijven en te verklaren waarom de kracht anders is. Ze moeten ook de rol van wrijving benoemen.