Activiteit 01
Stationrotatie: Drie Overdrachtsvormen
Richt drie stations in: geleiding met metalen en houten lepels in heet water, stroming met gekleurd water en een warmtebron, straling met een infraroodlamp op verschillende oppervlakken. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren waarnemingen en voorspellingen. Sluit af met een klassikale discussie.
Differentiateer tussen warmte en temperatuur.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie zorg dat elk station een duidelijke vraag heeft, bijvoorbeeld: 'Hoe beweegt warmte door deze staaf?' zodat leerlingen gefocust blijven op het waarnemen in plaats van alleen het uitvoeren.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een situatie (bv. 'een ijsklontje in een glas water', 'zon op je huid', 'een pan op het vuur'). Laat ze opschrijven welke vorm(en) van warmteoverdracht hierbij een rol spelen en waarom.