Activiteit 01
Station Rotatie: Voortplantingsmethoden
Richt vier stations in: deling (gist onder microscoop), stekken (planten knippen en water geven), bevruchting (modellen met magneten voor gameten), en vergelijking (kaarten met voor- en nadelen sorteren). Groepen draaien elke 10 minuten en noteren observaties. Sluit af met plenair delen.
Vergelijk de genetische diversiteit die ontstaat bij ongeslachtelijke en geslachtelijke voortplanting.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie loop je rond met een checklist om de observaties van leerlingen te sturen, zoals het benoemen van genetische verschillen bij kleimodellen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de naam van een organisme (bv. bacterie, tulp, vis). Vraag hen om te noteren of dit organisme zich primair geslachtelijk of ongeslachtelijk voortplant en één reden te geven waarom deze strategie voordelig is voor dat specifieke organisme.