Activiteit 01
Stationrotatie: Brugtypen
Richt vier stations in: boogbrug (papieren bogen met tape), hangbrug (snoeren en papier), vakwerkbrug (stokjes in driehoeken) en teststation met gewichten. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren hoe krachten werken. Sluit af met een klassenbespreking.
Analyseer hoe verschillende brugconstructies (bijv. boogbrug, hangbrug) krachten verdelen.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie geef je leerlingen 5 minuten per station om eerst te voelen en te observeren voordat ze aantekeningen maken, zodat ze de krachten vooraf ervaren.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een afbeelding van een brug (bijv. boogbrug, hangbrug). Vraag hen om één zin op te schrijven die uitlegt hoe deze brugsoort krachten verdeelt en één woord dat de stabiliteit van de constructie beschrijft.