Activiteit 01
Sorteerkaarten: Aangeboren of Aangeleerd?
Deel kaarten uit met eigenschappen zoals 'lopen', 'fietsen' of 'vluchten bij gevaar'. Leerlingen sorteren ze in twee groepen en rechtvaardigen keuzes in paren. Sluit af met klassenbespreking en voorbeelden van dieren toevoegen.
Wat is het verschil tussen een aangeboren en een aangeleerde eigenschap?
FacilitatietipGeef tijdens de sorteerkaarten duidelijke instructies: laat leerlingen eerst individueel nadenken voordat ze in groepjes overleggen, zodat iedereen een stem heeft.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een eigenschap (bijvoorbeeld: 'kan zwemmen', 'heeft bruine ogen', 'spreekt Nederlands', 'kan jagen'). Vraag hen om op te schrijven of de eigenschap aangeboren of aangeleerd is, en geef één korte reden waarom. Verzamel de kaartjes aan het einde van de les.