Activiteit 01
Stationrotatie: Fossielbewijs
Richt vier stations in: 1) fossielen sorteren op ouderdom, 2) overgangsvormen tekenen, 3) tijdlijn opbouwen met kaarten, 4) vergelijken hedendaagse dieren met fossielen. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren bevindingen in een logboek.
Analyseer hoe fossielen bewijs leveren voor evolutie.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie: zorg dat elk fossielstation een duidelijke vergelijking tussen oude en nieuwe vormen bevat, bijvoorbeeld een visfossiel naast een amfibieënfossiel.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een overgangsfossiel (bijvoorbeeld Archaeopteryx). Vraag hen om in twee zinnen uit te leggen welk bewijs dit fossiel levert voor evolutie en welke twee groepen dieren het verbindt.