Activiteit 01
Station Rotatie: Valproeven
Richt vier stations in: 1) vrije val met bal en veer, 2) papier verkreukelen vs plat, 3) parachute knopen met zakdoek, 4) oppervlakte vergroten met karton. Groepen draaien elke 7 minuten en noteren val tijden. Sluit af met klassikale vergelijking.
Wat gebeurt er met een object wanneer je het loslaat en het naar beneden valt?
FacilitatietipTijdens Station Rotatie Valproeven: geef elke groep precies dezelfde materialen en meetinstrumenten, maar laat ze zelf het vallen en meten organiseren voor maximale eigen inbreng.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een afbeelding van een vallend object (bijvoorbeeld een veer, een steen, een parachute). Vraag hen om één zin te schrijven die uitlegt waarom het object op een bepaalde manier valt en één factor die de val beïnvloedt.