Activiteit 01
Station Rotatie: Weer Elementen
Richt vier stations in: temperatuur met thermometers, wind met windvaantjes, neerslag met regenmeters, en bewolking met waarnemingskaarten. Groepen draaien elke 10 minuten rond, noteren waarden en bespreken waarnemingen. Sluit af met een klassenrondje over verbanden.
Differentiateer tussen weer en klimaat.
FacilitatietipZet voor Station Rotatie de materialen klaar per element (thermometer, windmeter, regenmeter) en geef leerlingen precieze instructies over hoe ze elk instrument moeten aflezen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een weersituatie (bijvoorbeeld: 'Het regent en waait hard'). Vraag hen om één zin op te schrijven die het verschil uitlegt tussen het huidige weer en het klimaat van die regio. Vraag ook om één factor te noemen die dit weer kan veroorzaken.