Activiteit 01
Stationrotatie: Krachtstations
Richt vier stations in: trek (rubberbanden rekken), druk (stapels blokken), buiging (balken belasten met gewichten), torsie (stokken draaien). Groepen draaien elke 7 minuten en noteren waarnemingen in een tabel. Sluit af met klassale vergelijking.
Analyseer de verschillende soorten krachten die op een constructie werken en hoe deze worden verdeeld.
FacilitatietipZorg tijdens het stationrotatie bij Krachtstations dat elk station een duidelijke taakkaart heeft met foto’s van de te testen situaties, zodat leerlingen zelfstandig kunnen werken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een constructie (bijvoorbeeld een simpele stoel). Vraag hen om op de afbeelding met pijlen de verschillende soorten krachten (trek, druk) aan te geven die erop werken en te benoemen welk materiaal het meest geschikt zou zijn voor de zitting en waarom.