Activiteit 01
Stationsrotatie: Input-Output Identificatie
Richt vijf stations in met apparaten: muis/toetsenbord, scherm/printer, webcam/luidspreker, touchscreen en scanner. Groepen rotëren elke 7 minuten, noteren functie en testen het apparaat. Sluit af met een klassenpresentatie van bevindingen.
Wat is een input-apparaat en wat is een output-apparaat?
FacilitatietipZorg tijdens de stationsrotatie dat elk station een apparaat met zowel zichtbare input- als outputfuncties heeft, zoals een touchscreen, zodat leerlingen direct twijfels kunnen ervaren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een lijst met 5 apparaten (bv. webcam, luidspreker, gamecontroller, plotter, microfoon). Vraag hen voor elk apparaat aan te geven of het een input- of output-apparaat is en waarom, met een korte uitleg over de dataflow.