Activiteit 01
Stationsrotatie: Lagen van TCP/IP
Richt vijf stations in, één per laag, met voorbeelden zoals kabels voor fysiek, MAC-adressen voor datalink, IP-ping voor netwerk, TCP-checksums voor transport en HTTP-requests voor applicatie. Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren de rol van elk protocol. Sluit af met een klassenpresentatie.
Verklaar hoe protocollen ervoor zorgen dat verschillende apparaten elkaar begrijpen in een netwerk.
FacilitatietipZorg bij de stationsrotatie dat elk station een fysiek voorbeeld heeft, zoals een netwerkkabel of router, om abstracte lagen tastbaar te maken.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een scenario: 'Een e-mail wordt verzonden van jouw laptop naar een vriend(in) in Australië.' Vraag hen om in 3-5 stappen uit te leggen wat er met de data gebeurt, waarbij ze minimaal drie lagen en de bijbehorende protocollen benoemen.